Handleiding

Meerdere uplinks: failover en load balancing

Een tweede lijn erbij, en de keuze tussen overnemen bij uitval en verdelen.

Zodra je meer dan één internetverbinding hebt, moet de router weten wat hij ermee doet. Overneemt de tweede lijn als de eerste eruit ligt, of gebruikt hij beide tegelijk? Dat zijn twee verschillende configuraties, en de configurator vraagt het pas zodra er een tweede uplink in de tabel staat.

Een tweede uplink toevoegen

In het onderdeel WAN / internet druk je op Uplink toevoegen. De nieuwe rij krijgt de eerstvolgende vrije poort, type DHCP en route-afstand 2. Vul daarna het type in, en bij PPPoE een eigen interfacenaam, want twee PPPoE-clients kunnen niet allebei pppoe-out1 heten.

Je kunt maximaal vier uplinks invullen. Teken je je netwerk op het netwerkbord en knoop je meer dan vier internetverbindingen aan dezelfde router, dan meldt de sitecontrole dat alleen de eerste vier als uplink worden ingesteld.

De keuze: failover-methode

Met meer dan één uplink verschijnt het veld Failover-methode. Er zijn drie keuzes.

Afstand plus gateway-check

De eenvoudige. Elke uplink krijgt een standaardroute met zijn eigen afstand: de laagste wint. Bij een uplink met een vast adres schrijft de configurator die route zelf, inclusief check-gateway: antwoordt de gateway niet meer op ping of arp, dan verdwijnt de route en neemt de volgende het over. Bij DHCP, PPPoE en LTE maakt de client de route met de afstand die je hebt opgegeven, en dan is uitval van de verbinding zelf wat de route weghaalt.

Dit werkt goed als een storing betekent dat de lijn zelf dood is: de modem valt uit, de kabel gaat eruit, de PPPoE-sessie breekt af. Het werkt niet als de verbinding nog gewoon staat terwijl er achter je provider niets meer werkt. Dan blijft de route staan en blijf je in de storing hangen.

Recursief testen

De betrouwbare. Je geeft twee testadressen op, standaard 1.1.1.1 voor uplink 1 en 9.9.9.9 voor uplink 2. De configurator schrijft per uplink twee routes: één route naar dat testadres via de gateway van die uplink met scope=10, en een standaardroute die via dat testadres loopt met target-scope=11 en check-gateway=ping. Zo hangt de standaardroute aan iets wat pas antwoordt als er echt internet achter zit, en niet alleen aan de gateway van de provider.

Eén beperking die je moet kennen: de tool draait in je browser en weet niet welk gateway-adres een DHCP-uplink straks krijgt. Bij een DHCP-uplink waarschuwt de configurator daarom en zet hij een plaatshouder in de route. Die moet je zelf vervangen door het echte gateway-adres, dat je na verbinden kunt aflezen met /ip route print. Wil je dat handwerk niet, kies dan afstand, of geef de uplink een vast adres.

Kies je testadressen die niet ook je DNS-server zijn en die niet van je provider zijn. Twee verschillende adressen, één per uplink, zodat één onbereikbare dienst niet beide lijnen tegelijk dood verklaart.

PCC load balancing

Verdelen in plaats van reserveren. Per Connection Classifier deelt nieuwe verbindingen op basis van bron- en bestemmingsadres over beide uplinks, en houdt een verbinding daarna op dezelfde lijn. De configurator genereert de vorm uit de MikroTik-handleiding: twee routingtabellen to_wan1 en to_wan2, een standaardroute per tabel, twee gewone standaardroutes met afstand 1 en 2 voor de failover, en een blok in /ip firewall mangle dat verbindingen markeert en daarna routeert.

Drie dingen om te weten:

  • PCC wordt voor precies twee uplinks gegenereerd. Heb je er drie of vier, dan meldt de configurator dat en klopt de uitvoer niet voor de rest.
  • Fasttrack gaat uit. Fasttracked verkeer slaat de mangle-regels over, dus de markeringen zouden niets doen. De firewall laat fasttrack weg zolang PCC actief is, en zet er een regel bij die dat uitlegt. Op een kleine router kost dat CPU: fasttrack is juist wat gigabit haalbaar maakt. Zie De firewall.
  • Gateway-plaatshouders. Net als bij recursief geldt: bij een uplink zonder vast gateway-adres komt er een plaatshouder in de route die je zelf invult.

En de verwachting: PCC verdeelt verbindingen, niet één download. Eén bestand binnenhalen gaat over één lijn en wordt dus niet sneller. Veel gelijktijdige verbindingen worden wel beter verdeeld. Sommige diensten worden chagrijnig als je van adres wisselt; verbindingen blijven daarom aan hun lijn gekoppeld, maar bank- en videodiensten kunnen alsnog klagen.

Welke kies je

Eén lijn plus een LTE-reserve
Afstand. De LTE-uplink krijgt afstand 2 en komt alleen op als de eerste wegvalt. Zie ook Recept: LTE als reservelijn.
Twee gelijkwaardige lijnen, kantoor dat door moet
Recursief. Het kost een paar minuten nawerk aan de gateway-adressen en vangt de storing waar afstand blind voor is.
Twee lijnen en je wilt de bandbreedte van beide
PCC, met het verlies van fasttrack als prijs.

Wat je nog moet nalopen

De configurator zet NAT op de interfacelijst WAN, dus een tweede uplink valt daar vanzelf onder. Maar poortdoorsturen wijst naar één uplink: bij een failover naar de reservelijn komt inkomend verkeer daar niet automatisch binnen. Zie Poortdoorsturen.

Na het plakken kun je nakijken of het klopt: /ip route print laat zien welke standaardroute actief is en welke op reserve staat. Trek de kabel uit de eerste uplink en kijk of de tweede het overneemt. Doe dat een keer bewust, niet pas tijdens de eerste echte storing.

Verder lezen: WAN en internet, De firewall en Netwatch.

Meteen proberen? Open de configurator