Handleiding

Recept: LTE als reservelijn

Als de glasvezel eruit ligt, neemt de simkaart het over, en je weet van tevoren dat het werkt.

Het doel: valt je vaste lijn weg, dan gaat het verkeer binnen een halve minuut over LTE, en gaat het daarna vanzelf terug. Het lastige aan failover is niet het instellen, maar het testen: je wilt weten dat het werkt voordat je het nodig hebt, en niet ontdekken dat het niet werkt op het moment dat je er op rekent.

Wat je nodig hebt

  • Een apparaat met een modem (Chateau, LtAP, SXT LTE) of een USB-modem.
  • Een simkaart met data en de APN van je provider. Meestal internet; bij zakelijke abonnementen soms iets eigens, met een gebruikersnaam en wachtwoord erbij.
  • Plek waar de antenne signaal heeft. Een modem in een meterkast achter beton is geen reservelijn.

Stap 1: het apparaat

Heeft het gekozen model een ingebouwd modem, dan staat lte1 vanzelf in de lijst met poorten. Gebruik je een USB-modem in een router zonder eigen modem, kies dan bij het kiezen van je apparaat Ander apparaat, vul de poorten in en zet LTE modem aan. Daarna verschijnt lte1 ook daar in de poortkeuze; dat is de naam die RouterOS aan het eerste modem geeft.

Stap 2: de tweede uplink

  1. Ga naar WAN / internet. De eerste regel bij Uplinks is je vaste lijn: laat Route-afstand op 1 staan.
  2. Voeg een uplink toe. Kies bij Poort lte1 en bij Type LTE / 5G modem.
  3. Vul de APN in, en alleen als je provider daarom vraagt ook APN-gebruiker, APN-wachtwoord en APN-authenticatie.
  4. Zet Route-afstand op 2. Hoger is minder aantrekkelijk, dus die route wordt pas gebruikt als de eerste weg is.
  5. Laat DNS van provider gebruiken aan staan op minstens één uplink, anders heb je tijdens een storing wel een route maar geen naamsopvraging.

De configurator schrijft voor het modem een APN-profiel en koppelt dat aan de LTE-interface. Daarbij zet hij allow-roaming=no: dat voorkomt onbedoelde roamingkosten, maar betekent ook dat je het zelf moet aanzetten op de router als je over de grens toch wilt kunnen bellen op die kaart.

Stap 3: kies de failover-methode

Zodra er twee uplinks staan, verschijnt Failover-methode.

  • Afstand + gateway-check. Twee standaardroutes met afstand 1 en 2, en per uplink een Gateway-check (ping of arp). Simpel en voorspelbaar. Zwakke plek: er wordt alleen gekeken of de gateway van je provider antwoordt. Antwoordt die nog wel maar ligt het internet erachter plat, dan schakelt er niets om.
  • Recursief. De tool zet per uplink een route naar een testadres via de gateway van die uplink, en daarnaast een standaardroute die via dat testadres loopt. Valt het testadres weg, dan verdwijnt de standaardroute en neemt de volgende het over. Dat test de hele weg naar buiten in plaats van alleen de eerste stap.
  • Load balancing (PCC). Verdeelt verkeer over beide lijnen tegelijk. Dat is iets anders dan een reservelijn, en bij een simkaart met een bundel meestal niet wat je wilt.

Bij recursief vul je Testadres uplink 1 en Testadres uplink 2 in; standaard 1.1.1.1 en 9.9.9.9. Gebruik twee verschillende adressen van verschillende partijen. Kies je twee keer hetzelfde, dan test je niets.

Recursieve failover heeft het gateway-adres van elke uplink nodig, en bij een uplink op DHCP is dat bij het genereren nog niet bekend. De tool waarschuwt daarvoor en zet een plaatshouder in de route. Vervang die na het plakken door het echte gateway-adres, of gebruik de methode met afstand.

Stap 4: de datalimiet in de gaten houden

Eerlijk: de tool heeft geen teller, geen quotum en geen veld voor een datalimiet. Zodra LTE de lijn overneemt, gebruikt alles op je netwerk die verbinding, inclusief cloudbackups en updates. Wat je wel kunt doen:

  • Voeg bij Hoge beschikbaarheid onder Netwatch een host toe, bijvoorbeeld je testadres, met Interval 30s en bij Script bij down iets als /log warning "primaire WAN weg, LTE actief". Dan zie je in het log wanneer het gebeurde en hoe lang het duurde.
  • Zet bij Diensten & tools e-mail aan als je een bericht wilt in plaats van een regel in het log.
  • Kijk op de router zelf met /interface lte monitor lte1 naar signaal en status, en met /interface print stats naar het aantal bytes over lte1.
  • Regel de harde grens bij je provider, niet op de router. Een bundel met een snelheidsverlaging na afloop is prettiger dan een rekening.

Stap 5: testen zonder jezelf buiten te sluiten

Trek niet de kabel uit een router waar je alleen via diezelfde kabel bij kunt. Doe het zo:

  1. Log in op de router via het LAN, niet via de WAN-kant, en zeker niet via een VPN die over de lijn loopt die je gaat uitzetten.
  2. Zet eerst een vangnet klaar dat je fout terugdraait: /system scheduler add name=herstel-wan interval=5m on-event={/interface enable ether1}
  3. Schakel de primaire uplink uit: /interface disable ether1. Bij PPPoE is dat de PPPoE-interface.
  4. Controleer met /ip route print welke standaardroute actief is. De LTE-route hoort nu zonder de markering voor inactief te staan.
  5. Doe /ping 1.1.1.1 vanaf de router en open een website vanaf een laptop op het LAN.
  6. Zet de uplink weer aan met /interface enable ether1 en controleer dat de route terugvalt naar de vaste lijn. Verwijder daarna het vangnet uit de planner.

Test de LTE-lijn ook één keer op zichzelf, vóór dit alles: zet hem tijdelijk op afstand 1 of zet de vaste lijn uit en kijk of je überhaupt internet hebt via de simkaart. Een failover naar een lijn die nooit heeft gewerkt is geen failover.

Waar je op moet letten

  • CGNAT. De meeste mobiele abonnementen geven een adres achter carrier-grade NAT. Tijdens de storing werkt je VPN-endpoint dan niet, en port forwards ook niet: inkomende verbindingen komen niet binnen. IP Cloud DDNS volgt het adres wel, maar helpt niet tegen CGNAT. Heb je inkomend verkeer nodig tijdens een storing, vraag je provider dan om een publiek adres op die simkaart.
  • Bestaande verbindingen breken. Bij het omschakelen verandert je uitgaande adres, dus lopende sessies vallen weg. Dat is normaal en niet te voorkomen.
  • NAT gaat mee. De masquerade-regel geldt voor de hele interface-lijst WAN, en beide uplinks staan daarin, dus over LTE wordt gewoon genat.
  • QoS volgt de failover niet helemaal. Kies je de methode met prioriteiten (queue tree), dan hangt de upload-wachtrij aan de eerste WAN-interface; de tweede wordt niet geshaped. De tool waarschuwt daarvoor.
  • Gateway-check op none zetten betekent dat de route altijd actief blijft en er dus nooit wordt omgeschakeld. Laat hem op ping staan.

Verder lezen: Multi-WAN, WAN / internet en Netwatch.

Meteen proberen? Open de configurator