Wifi deelt de lucht met iedereen in de buurt. Snelheid komt daardoor niet alleen uit je apparaat, maar vooral uit de vraag hoeveel ruimte je hebt en met wie je die deelt. De velden voor kanaal, breedte en vermogen staan onderin het onderdeel Wifi, in geavanceerd. De wizard laat ze met opzet op automatisch staan, want automatisch is voor de meeste netwerken het beste antwoord.
De banden
- 2,4 GHz komt ver en gaat door muren, maar is druk en heeft in de praktijk maar drie kanalen die elkaar niet overlappen. Gebruik deze band voor bereik en voor oudere apparatuur, niet voor snelheid.
- 5 GHz heeft veel meer kanalen en is vrijwel altijd de band waar je echte snelheid vandaan komt. Muren kosten er meer signaal dan op 2,4 GHz.
- 6 GHz is leeg en snel, maar komt het minst ver en werkt alleen met clients die het ondersteunen. Alleen de nieuwste modellen hebben zo'n radio.
Kanaalbreedte
Je stelt de breedte per band in, niet per SSID: alle SSIDs op dezelfde radio delen hetzelfde kanaal.
- 2,4 GHz: 20 MHz of 20/40 MHz. De standaard is 20 MHz, en dat is in vrijwel elke woonwijk of kantoorpand ook de juiste keuze. Een 40 MHz-kanaal op 2,4 GHz neemt bijna de halve band in beslag en levert je vooral ruzie met de buren op.
- 5 GHz: van 20 MHz tot 20/40/80/160 MHz, en 20/40/80/160/320 MHz voor Wi-Fi 7. De standaard is 20/40/80 MHz.
Breder is alleen sneller als het kanaal ook echt vrij is. Een breed kanaal komt pas op zijn volle breedte als er niets anders in staat, en het ligt eerder stil zodra er wel iets in staat. Het bereik is bij gelijk vermogen ook kleiner, want hetzelfde vermogen wordt over meer spectrum uitgesmeerd. En hoe breder je kanalen, hoe minder er naast elkaar passen: met 80 MHz houd je in Europa een handvol niet-overlappende kanalen over, met 160 MHz nog minder. Heb je meerdere access points, kies dan bewust 40 of 80 MHz.
Het veld voor de breedte op 5 GHz geldt voor elke radio die geen 2,4 GHz is, dus op een apparaat met zowel een 5 GHz- als een 6 GHz-radio krijgen die twee dezelfde breedte. Hetzelfde geldt voor het frequentieveld. Wil je ze verschillend instellen, doe dat dan achteraf met de hand op het apparaat.
Een vaste frequentie kiezen
De twee frequentievelden nemen een getal in MHz, niet een kanaalnummer. Leeg betekent automatisch, en dat laat het apparaat zelf een kanaal zoeken.
- 2,4 GHz: kanaal 1, 6 en 11 zijn
2412,2437en2462. Andere kanalen overlappen met deze drie en maken het voor iedereen slechter. - 5 GHz binnen in Europa: 5180 tot 5320 (DFS vanaf 5260) en 5500 tot 5700, dat laatste blok volledig DFS.
Zet een frequentie alleen vast als je er een reden voor hebt, bijvoorbeeld omdat je meerdere access points zelf uit elkaar wilt houden. Vastzetten betekent ook dat het apparaat niet meer uitwijkt als er storing bij komt.
Land en de wettelijke grenzen
Het veld Land is geen cosmetische instelling. Het bepaalt welke kanalen het apparaat mag gebruiken, hoeveel vermogen het mag uitzenden en waar het op radar moet controleren. De configurator zet het land in de configuratie, en op het oude wireless-pakket ook frequency-mode=regulatory-domain, zodat RouterOS zich aan die grenzen houdt. Zet het op het land waar het apparaat echt staat. In een site met meerdere apparaten staat het land één keer voor de hele site en wordt het naar elk apparaat overgenomen.
EIRP en zendvermogen
De wettelijke grens gaat niet over het vermogen van de radio maar over EIRP: het vermogen dat de radio uitzendt plus wat de antenne daaraan toevoegt. Binnenshuis komt dat in Europa neer op 20 dBm op 2,4 GHz en 23 dBm op 5 en 6 GHz. Dat zijn ook de waarden waar het Wi-Fi-plan standaard mee rekent, per band per access point aan te passen.
Met het veld Zendvermogen zet je het vermogen in dBm lager dan het maximum. Leeg betekent: zoveel als in dat land is toegestaan. Hoger dan het toegestane maximum krijg je er niet uit, dus het veld is er om naar beneden te gaan, niet naar boven.
Lager zetten is vaker nuttig dan het klinkt: een access point dat te hard roept, wordt nog gehoord op plekken waar de telefoon zelf niet meer terugkomt, en dan blijven clients eraan plakken in plaats van over te stappen. Zie Recept: wifi dat blijft werken terwijl je loopt.
Het veld zendvermogen wordt alleen in het script geschreven voor apparaten met het nieuwe wifi-pakket. Draait je apparaat het oude wireless-pakket, dan blijft het vermogen op wat de regulatory domain toestaat en stel je het zo nodig met de hand in op het apparaat.
Antennes in het plan
De meeste access points stralen rond. Een paar modellen kijken één kant op, bijvoorbeeld een wandmodel. In het Wi-Fi-plan kies je per access point tussen rondstralend en een sector, met een bundelbreedte en een richting, en zie je wat dat achter het apparaat kost. Modellen waarvan bekend is dat ze gericht zijn, krijgen die instelling automatisch; de catalogus heeft verder geen antennegegevens, dus de rest begint rondstralend.
Kanalen verdelen over meerdere access points
- Op 2,4 GHz: alleen 1, 6 en 11, 20 MHz breed, en naburige access points nooit hetzelfde kanaal.
- Op 5 GHz: geef elk access point een eigen kanaal. Kies liever 40 of 80 MHz zodat je genoeg kanalen overhoudt om ze echt uit elkaar te houden.
- Access points die elkaar niet horen mogen hetzelfde kanaal hebben; het plan laat zien welke elkaar overlappen. Horen ze elkaar wel, dan wachten ze op elkaar en haal je hooguit de helft.
DFS
Een deel van de 5 GHz-band is gedeeld met radar. Daar moet het apparaat voor gebruik luisteren en tijdens gebruik blijven luisteren. Hoort het radar, dan verlaat het direct het kanaal en valt je wifi even weg. De wachttijd voor gebruik is op sommige kanalen een minuut en op andere tien minuten.
Voor apparaten met het wifi-pakket zet de configurator het kanaal op 5 GHz zo neer dat de kanalen met de tien minuten durende controle worden overgeslagen. Dat scheelt je een access point dat na elke herstart tien minuten stil is. Staat er een weerradar of een luchthaven in de buurt, dan zijn DFS-kanalen sowieso een slecht idee: kies dan met de hand een frequentie onder 5260.
Wat je kunt controleren
Op het apparaat zelf: /interface wifi print of /interface wireless print laat zien op welke frequentie en breedte de radio uiteindelijk zit, want automatisch kiest pas bij het starten. Met /interface wifi registration-table print zie je per client hoe sterk hij binnenkomt.
Verder
De instellingen zelf staan in Wifi instellen, het bereik teken je in Het Wi-Fi-plan, en voor meerdere access points onder één beheer zie CAPsMAN.